Melbourne


huis1

huis2

huis3

huis4

Als ik een ding geleerd heb in mijn reizen is het om nooit een backpacker te vertrouwen, plannen veranderen per dag. Ik stond honderd procent achter mijn nieuwe plan om naar de grote stad Melbourne te gaan. Hana, een vriendin uit het surf kamp, en ik hadden na het afgelegen kamp beide behoefte aan de bewoonde wereld. Melbourne leek ons perfect. We zouden er samen op zoek gaan naar een baan en een appartement. Hopend op een normaal leven waarbij je kleren in een kast opbergt in plaats van een backpack.

Na twee vluchten en een paar tranen verder (afscheid van Liske was na de geweldige tijd in Azië nog moeilijker dan de eerste keer) kom ik aan in Melbourne. Ik kan terecht bij Ester, waarmee ik op de kunstacademie zat. Ze woont in huis bij Henry, een geweldige hippie die 12 jaar geleden vanuit Engeland naar Australië vertrok en niet meer terug is gegaan. Dreads, papegaaien, hoelahoepers en jongleerders vullen huis en tuin. In Nederland lukte het Ester en mij maar niet om voor onze reis koffie te drinken, dus we doen het hier! Ik slaap in een kamer met vier andere couchsurfers, maar mijn tweepersoonsbed is afgeschermd met doeken en lakens, heel knus. Ik heb Hana sinds Azië niet meer gezien. Zij is de eerste week nog met een andere vriend in Melbourne, dus ik zie haar later die week, maar dan totaal onverwachts kom ik ze beide tegen op straat!

Het plan om daar een baan en appartement te zoeken? Niets van terecht gekomen! Niet omdat het niet lukte, mijn zoekacties waren wat lafjes, ik heb geen cv uitgedeeld. Over Melbourne moet je een aantal dingen weten: de stad is ongelofelijk groot. Ik vind het geweldig. Hoge gebouwen, verkeer, winkels, veel mensen! Een bewoonde, westerse wereld. Ik ben zelfs blij om het Australische accent weer te horen. Ik gebruik de metro om in de stad te komen, maar ben daarmee soms meer dan een uur onderweg, en dat is niet omdat ik de weg niet kan vinden, zweer! Het strand is op een uur afstand, maar dit is een soort baai waar de wind aanvoelt als een warme föhn. Geen verfrissend strand zoals ik dat gewend ben uit New South Wales. Het weer in Melbourne kent alle seizoenen in een dag. Zo kun je ’s ochtends stikken van de hitte en met shortje en tienie-teinie shirtje de deur uitgaan, kan het weer ineens omslaan en ben je aan het rillen van de kou. Iemand vertelde me dat je altijd een jas mee moet nemen in Melbourne. Ik nam dat met een korrel zout, een uur later heb ik rillend van de kou een vest gekocht. De belangrijkste reden om Melbourne te verlaten is omdat ik ontwenningsverschijnselen van surfen krijg. Ik mis het enorm.

 

Hana en ik weten niet wat we moeten. We vinden de stad prachtig, maar komen tot de conclusie dat we geen stadsmeisjes meer zijn. We moeten naar zee. Hoe gaan we dit doen? Gaan we ons scheel betalen aan tourbussen? Huren we een campervan? Een wild plan ontstaan: “Wat als we nou een busje hadden?” Dan gooi je het geld niet weg. Dus we besluiten een busje te kopen! We kijken rond op Gumtree, een soort Australische marktplaats, en vinden er een aantal. We hebben er natuurlijk nul verstand van, maar Henry kijkt de advertenties na en geeft ons een spoedcursus autotechniek. Gewapend met kennis over olie en de motor gaan we op pad. We hebben drie auto’s op het oog. Uiteraard worden we verliefd op een auto die al aan iemand anders beloofd is, dat is een teleurstelling. De tweede auto die we gaan zien is van een Duits meisje. Het duurt ons zowat twee uur om het mens te vinden omdat ze onduidelijk is waar ze staat. Ze is bij een meer, maar dat meer blijkt oneindig groot te zijn. En uiteraard is ze precies aan de andere kant. We lopen er om heen en proberen haar ondertussen op allerlei manieren te bereiken om haar naar ons toe te laten rijden. Op het laatste moment krijgen we d’r te pakken, maar we zien de bus al staan dus zeggen dat ze vooral maar moet blijven staan. Wat ze natuurlijk niet doet! Ik moet haar van de weg afwuiven. Na deze helse tocht hebben we helemaal geen goed gevoel bij deze auto. Hij is gevuld met halfnaakte vrouwen plaatjes en het ding ziet er niet uit. Hana maakt voor de vorm een testritje (dat ik niet mee mag wordt duidelijk als het meisje instapt en de deur dichtklapt), maar zonder overleg weten we al dat dit hem niet is. Wat een teleurstelling. Maar er is nog hoop, we hebben nog één busje te gaan. We reizen naar de andere kant van Melbourne met tram en trein. Dit keer hebben we een heel ander gevoel. Het busje ziet er heel goed uit en de jongen is vriendelijk en erg behulpzaam. We vinden de bus geweldig. Die avond bevestigen we dat we de bus kopen!

money

money, money, money

 

We besluiten op dinsdag dat we de auto willen en we kunnen tot vrijdag bij Henry blijven. We willen de bus als het even kan dus vrijdag hebben. De eigenaar zegt dat hij z’n best gaat doen om het te regelen en we krijgen een telefoontje dat het gaat lukken. Woensdag doen we het papierwerk en de dagen erna proberen we het geld te regelen. Wat een nachtmerrie. We hebben er natuurlijk totaal niet over nagedacht dat je maar een beperkt bedrag kunt opnemen per dag (ik maar 500 euro). We hebben de meest stressvolle dag tot nu toe, reizen de hele stad door op zoek naar een ING, die uiteindelijk niet meer blijkt te bestaan. We gaan terug naar huis met maar een klein gedeelte van het totaalbedrag. We hebben alle opties al overwogen, maar alles gaat vijf dagen duren. Tot ik me bedenk dat ik geld naar Ester kan overmaken, bij een Nederlandse bank staat het er de volgende dag op. Zij kan dan het maximale bedrag pinnen, ik heb een nieuwe dag om weer 500 te pinnen en Hanna kan het laatste geld met creditcard opnemen. Het is een moeilijke constructie en t wordt spannend en last minute. Maar de volgende dag staat het geld op Esters rekening. We zijn gered. Met het geld gaan we naar onze bus. We betalen en gaan op weg.

Het is spits als wij besluiten om midden door de stad terug te gaan naar Henry’s huis om onze spullen op te pikken, dit duurt een uur! Ondertussen begint het te regenen dat het giet, de ultieme test voor onze auto. Zodra de auto ingeladen is (overal modder) gaan we op pad. Onderweg seinen een aantal auto’s groot licht. Er moet iets mis zijn. Bij een stoplicht laat iemand ons weten dat onze achterlichten niet werken. Net wat je nodig hebt voor een twee uur durende rit in de regen. Maar we kunnen niet terug. De weg is eindeloos, elke auto houdt groot licht aan en tot overmaat van ramp gaat het lampje van de benzine branden, maar er is nergens een teken van leven. Borden langs de weg waarschuwen voor kangoeroes en nog erger: koeien. Net wat je wil als je zonder benzine over een onverharde weg rijdt. De onzekerheid duurt lang, maar we zien op Google Maps dat we een stad naderen.

Godzijdank zijn we in de bewoonde wereld en hebben we weer benzine. De volgende uitdaging is het vinden van een slaapplek. Hoe frustrerend is het dat je je slaapplek bij je hebt maar nergens mag parkeren om in je auto te slapen. Overal zijn waarschuwingen dat kamperen verboden is. We vinden uiteindelijk een backpackers hostel waar je voor 12 dollar pp in je auto kan overnachten. Dit is precies wat we nodig hebben. Uitgeput vallen we in slaap in de stad die later ons nieuwe thuis zal zijn: Torquay.

van

 

Share This:

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *