Laos


boottouwtjes

eenden

slowboat

kinderen

slowboat2

Na een laatste spannende nacht in ons guesthouse met een kakkerlak in Liske’s bed, staan we maandag vroeg op. We gaan met de slowboat naar Luang Prabang, Laos. De slowboat maakt zijn naam waar: hoewel de vaarsnelheid niet tegenvalt, stopt de kapitein op elke hoek om een Thai met een doos eenden of eieren af te zetten. Bovendien zijn vertrektijden hier wat flexibel. We moeten uiterlijk acht uur aanwezig zijn, kortjakjes als we zijn zitten wij natuurlijk om half acht op de beste plekken. Dit betekent helaas wel dat we twee uur moeten wachten omdat de boot pas om tien uur vertrekt. Gelukkig zijn ons de houten bankjes bespaard gebleven, wel zitten we met zo’n honderd man (en 100.000 kilo bagage) zo’n 16 uur op elkaar in een hellende boot. Een vluchtelingenboot is er niks bij. Het uitzicht is prachtig en bij elk dorpje rennen kinderen naar de boot om armbandjes te verkopen. Na twee uur is de nieuwigheid er toch van af. Eindelijk hebben we tijd om onze boeken te lezen, te puzzelen en ons kapot te ergeren aan onze medepassagiers.

uitzicht

Uitzicht vanuit het hotel waar we overnachten

liskemarkt

kindmarkt3

kindmarkt2

kindmarkt

Na twee dagen arriveren we in Luang Prabang. Of ja, tien kilometer erboven. De Laose maffia dwingt ons om een te dure, volgepropte en overbeladen tuctuc naar het centrum te nemen en eist ook nog een dankjewel in het Laos. Wat we natuurlijk afslaan, zo’n warm welkom in deze landen. Terwijl de te drukke Night Market begint, moeten wij op zoek naar een Guest House. Gelukkig weten we een redelijke goedkope te vinden in een zijstraatje. Hoewel bijna alles in de kamer kapot en schimmelig is, hebben we voor het eerst sinds lange tijd een warme douche en een fatsoenlijk bed. We trekken een miljoen kip uit de muur (waarom strepen ze niet gewoon drie nullen af van elk bankbiljet) en gaan naar de Night Market. Hier verkopen ze de gebruikelijke prullaria (ook wel toelie genoemd in Anne’s vocabulaire). Frappant detail is dat ze hier opeens allerlei smaken thee verkopen terwijl we tot nu toe in heel Thailand lastig gevallen worden met vieze Yellow Lipton Tea. We sluiten de avond af met wijn, want dat is fijn en dat hebben ze hier in Luang Prabang.

waterval4

liskewaterval2

waterval2

waterval

IMG_7243_2

IMG_7225_2

liskejungle

annejungle

vlot vlot2

De volgende dag gaan we met de tuctuc naar de Tat Kuang Si watervallen in het gelijknamige National Park. Deze waterval bestaat, net als die in het Erawan park in Thailand, uit meerdere lagen waarin je ook mag zwemmen. We besluiten eerst omhoog te lopen, dit is een stuk minder intensief dan bij de vorige watervallen. De bovenste waterval is enorm groot en indrukwekkend. Je kan hier zelfs tot de top klimmen. Via de rechterkant is er een enorm steile klim, zonder een echt pad. Geen hekken, supervisie niks, lekker yolo klimmen. Eenmaal boven kun je naar de afgrond waden (hier staat wel een hekje) voor belachelijk vette foto’s. We nemen ook nog een bamboevlot naar de oorsprong van de waterval, wat gewoon een kabbelend beekje blijkt te zijn. Via de andere kant gaan we naar beneden (halleluja, hier zijn wel trappen) en zwemmen we nog wat in de onderste lagen. Hier zijn geen enge visjes die je dode huidcellen opeten en er zijn omkleedhokjes. We sluiten de dag af met een bezoekje aan de bamboebrug, een ongemakkelijke bikinilijn-massage bij het Rode Kruis en het bekende backpackerscafé Utopia. Er is hier niks Laos aan, maar het is wel fijn om een keer in een goed georganiseerd en ‘af’ café te zitten (met ordinaire hiphop).

luangprabang

lisketuizicht

lisketrap

Hoewel we steeds de intentie hebben om de Tak Bat te bezoeken, is half zes na een paar biertjes echt te vroeg. Dagelijks halen monniken, in een indrukwekkende lange lijn, bij zonsopkomst eten op bij de inwoners van Luang Prabang. Op Internet lezen we echter gemixte verhalen; dat het tegenwoordig te toeristisch is en men de monniken niet met genoeg respect behandelt. We besluiten dus keer op keer om te blijven liggen. We bezoeken daarentegen wel de Phu Si tempel, vanwege het verre uitzicht over de stad.

etenmarkt

Eten op de straatmarkt

rijstveld

modder

liskeboer

koe

koe2

IMG_7377_2

chili

annemodder

IMG_7380_2

rijst

planted

In de middag gaan we naar de Laos Land Farm. Dit is een rijstboerderij waar je alles leert over het leven van een boer uit Laos. Het is redelijk prijzig, maar niet voor niets de nr. 1 activity op Tripadvisor. Onze enthousiaste host Chi Lee laat ons de veertien stappen van het rijst maken zien. We hobbelen achter een buffalo aan, staan tot onze knieën in de modder rijst te planten, en vouwen van bamboe vogels. We sluiten af met een rijst-maaltijd en krijgen zelfs een oorkonde. Eenmaal terug in Luang Prabang eten we op een straatmarktje voor €1,50 totaal een groot bord noodles met groenten, vullen met wat je wil. We kopen souvenirtjes voor thuis en drinken nogmaals wijn.

Op onze laatste dag gaan we naar het Royal Palace. Ook hier moet je gepast gekleed zijn, dus zijn wij tot de nek en enkel afgedekt. Helaas is Liske’s fashionable broek met gaten ‘impolite’ en moet ook dit afgedekt worden (je verzint het niet). Tussen de Chinezen en monniken bezichtigen we de troonzaal vol buddhabeelden (Anne: “het lijkt net of ik naar een marktkraampje sta te kijken”) en de vele giften van diverse landen. Uiteraard heeft de VS een stukje van de maan geschonken en een miniatuurmodel van hun ruimteschip. China’s cadeaus bestaan uit ivoor en houten tafeltjes die volgens Anne ook te koop zijn bij de kringloop. De vijver maakt echter de meeste indruk. Honderden koi karpers verzamelen zich vooraan voor eten (wat je ter plekke kan kopen). Zodra je echter gaat lopen of rennen langs de vijver, volgen de vissen braaf. Hier kunnen we ons de hele dag wel mee vermaken.

We pakken onze tas in (het past net met al die souvenirtjes) en gaan ruim op tijd naar het vliegveld. Want je weet het maar nooit met deze landen, tuctucs en zeer gastvrije (ahum) mensen. Uiteraard worden we niet voor de deur afgezet, want daar moeten we opeens een euro meer voor betalen. Je zou ook maar gewoon eens de waarheid vertellen. De laatste vijftig meter lopen we dus zelf. We slijten onze tijd met het schrijven van dit blog, het bewerken van foto’s en het opmaken van ons laatste geld.

We zijn blij weer naar huis te gaan (ook al telt Anne’s Melbourne niet echt als huis) en kunnen niet wachten op een bordje stamppot, een wc waar je het pleepapier gewoon kan doorspoelen, de Nederlandse organisatiekunst en een goede, warme douche!

Share This:

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *